drempelwaarden

Ik gil het hele huis bijeen als ik de badkamerdeur openzwaai. Pieter wandelt in zijn onderbroek door de gang. Ik had er geen flauw idee dat en hoe lang geleden hij thuis was gekomen. Reden daarvoor is onze bluetooth speaker, die in de badkamer behoorlijk luid Egyptische pophits staat te blazen, de meest kleffe eerst.

Ik voel me betrapt en begin, na mijn gil (die in Pieters navertelling gepaard gaat met een sprongetje) betrapt te lachen. ‘Sorry’ zeg ik, ‘zwak momentje’. Ik zet de box wat zachter. Hij grinnikt.

‘Ik wil misschien nog eens een zomercursus Arabisch volgen in Caïro’ flap ik er even later uit, als we samen onze hittegolfgezichten staan te wassen aan de lavabo.

‘Goed idee.’ zegt hij.

We zouden eigenlijk niet op reis gaan deze zomer, maar hij weet intussen dat als Amr Diab en Tamer Hosny ten tonele verschijnen, de nood hoog is, de drempelwaarden overschreden. Dat mijn appreciatie voor slechte Arabische pop omgekeerd evenredig is aan mijn opties om de taal te spreken.

koekoek

Het is woensdag en ik-weet-niet-hoe-laat. De locatie waar ik lesgeef kijkt uit op kleine appartementjes. Het witte pvc-kader van de ramen – twee per woning – licht op tussen de donkere bakstenen. Als ik mijn cursisten hun eerste schrijfopdracht geef, draait er zo’n wit vierkant open. Tien minuten, zeg ik. Tien minuten krijgen ze om een eerste idee op papier te zetten. Aan de overkant van de straat steekt een buurman zijn sigaret op.
Als ik de tijd wil bijhouden in de Dambruggestraat, vormt het bakstenen pand de perfecte koekoeksklok. De rokers happen er afwisselend elke tien minuten om lucht, om zich vervolgens weer voor enkele uren terug te trekken in hun hokje.
Een horloge heb ik hier niet nodig.

Klembord

Het regent, na enkele dagen zomerweer. Op mijn klembord parkeer ik een link naar een vacature. De zoveelste, want ik heb nog steeds geen werk.

Klemborden zijn bijzondere dingen. Je dumpt er richtingaanwijzers naar digitale plaatsen waar je eigenlijk niet direct wil zijn, in de hoop dat je ze later toch zal opzoeken. Het is een beetje zelfkwelling, dat uitgestelde werk. Agenda’s zijn dat mogelijk ook, bedenk ik.

Ik voel me loom. Het slaaptekort van de voorbije dagen sluimert in al mijn acties. Getuige zijn de half opgedronken koffie op de kast, de zeven tabbladen op mijn pc, mijn blik op oneindig en waarschijnlijk ook mijn halfbakken moed in de vorm van die link geparkeerd op dat klembord.

ruis

Het is al avond als we plots opmerken dat de zee best luid is. Niet opdringerig luid, maar wel onophoudelijk.
‘Dat is ruis.’ zegt Pieter. Golven en deelgolven maken door hun beweging blijkbaar zo veel verschillende tonen dat de totaalsom in onze oren ruis is. Het lijkt dus alleen maar rustig van buitenaf. Ik beeld me in hoe de zee zou klinken als we al die tonen niet tegelijk, maar achtereenvolgens zouden horen.


Als ik mediteer op het balkon van ons vakantie-appartement schiet mijn aandacht zich van de ene naar de andere gedachte. Door mijn piekerdans gaat de tijd razendsnel. Voor ik het weet zit ik alweer twintig minuten te ademen in dezelfde houding. Opmerken, denk ik, en ik probeer om mijn denkpistes bewust voorbij te laten gaan.
De ene na de andere, maar niet tegelijkertijd, want de brain fog die dat creëert, dat is ruis.
Dat lijkt alleen maar rustig van buitenaf.

Buridans Ezel

Hij staart mijn richting uit, alsof hij twijfelt om dichterbij te komen of net achteruit te gaan. Er bestaat een gedachtenexperiment waarin een van zijn soortgenoten verhongert tussen twee even aantrekkelijk uitziende stapels hooi, omdat hij er niet in slaagt een rationele keuze voor de ene dan wel de andere te maken. ‘Buridans ezel’ heet het, en het is de tragedie van het al te rationele bestaan. De ezel tegenover me kijkt me nog steeds wezenloos aan en draait dan zijn kop naar zijn broer die op de grond ligt.

Ik ben op een kasteeldomein waar wegwijzers staan naar verlichting, de rust in jezelf en de weg die zelf het doel is. Zonder echt een keuze te maken wandel ik rondjes rond de mistige tuin. Ik ben hier om te schrijven aan dat project dat al jaren aansleept. Doelloos wissel ik af tussen een schrijfapp en een word-document, om uiteindelijk met mijn gedachten hier te belanden.

Mijn harige vriend is niet Buridans ezel hier.

Saada

“Dat serveerden ze vroeger op begrafenissen” zegt ze, als ik vertel dat ik mijn Turkse koffie graag saada drink, zonder melk of suiker. Ze grijnst.

“Weet je waarom?”

“Nee” zeg ik, hoewel ik een vermoeden heb wat er gaat komen.

“Omdat suiker mensen GELUKKIG maakt!” ze spreekt nu luider en met opgeheven hand.

Ik lach. Ik ben het niet per se met haar eens, toch zeker niet als het op koffie aankomt, maar ik hou wel van haar kordate uitspraken. Ik ben in Egypte en naast me zit een professore van de universiteit waar ik solliciteerde. Ze is de oudste van haar vakgroep, maar boet op geen enkel vlak aan vitaliteit in. Ik zou een boekje kunnen vullen met de uitspraken die ze al deed, en het is nog maar mijn tweede dag hier.

Ze doet onderzoek naar administratie in Egypte onder de Ottomanen. Cijfers dus, en daardoor lijkt ze geïnteresseerd in mijn astrologieteksten.

Ik vertel haar niet dat ik naast die cijfers evenveel of meer naar de context kijk, naar de verhalen.

Weet je waarom? denk ik bij mezelf.

Omdat verhalen mensen GELUKKIG maken.

palindroommoord

Vandaag is een palindroomdag, zeggen ze. 22.2.22 lees je achterstevoren ook als 22.2.22.

Als ik als kind niet kon slapen, dan zocht ik naar palindromen, alsof het eerste deel van die samenstelling nietszeggend was, en ik me er bijgevolg ook wel wat nachtrust mee kon winnen. Ik herinner me taartstraat en droommoord, en de frustratie als het net niet klopte. Alsof het universum een Nederlandstalig raadsel was dat bijna opgelost kon worden door een negenjarige in pyjama.

Vandaag klopt het ook nét niet, lees ik op Twitter. Computerwetenschappers zijn het erover eens dat de correcte datumnotatie 2022 02 22 (YYYY MM DD) is. Geen palindroom dus. Als ik vanavond niet kan slapen, dan bedenk ik dat computerwetenschappers ook maar gewoon nachtraven zijn die in pyjama doen alsof het universum een programmeertalig raadsel is dat opgelost kan worden op Twitter.
Ik kan het ze vergeven.
Niet in het minst omdat ze met hun (palin)droommoord van vandaag voor mij alsnog de cirkel rond maakten.

Kursen

We hadden covid, Pieter en ik, en dus zaten we samen in quarantaine. Ik had soms koorts, hij had soms hoofdpijn. Ons leven zag er de voorbije dagen uit als een Iraanse langspeelfilm: traag, met veel staren en af en toe een woord.

Dinsdag, toen Pieter de trap afkwam en mij ongemakkelijk zag liggen woelen in de zetel, was dat woord ‘kursen’. Ik spreek amper dialect, maar om een of andere reden was het ouderwetse waaslandse woord voor koorts het eerste wat in me opkwam. We lachten hard met onze knullige kursenhoofden, om dan weer gewoon verder te staren.

Morgen mag ik eindelijk weer buiten. Ik wou dat het al zover was. De afdruk van mijn kont staat quasi-permanent in onze zetel en ik ken elke vezel in mijn behang. Het is fijn, dat trage, met veel staren en af en toe een woord, als het sporadisch komt, maar laat het langspeelwerk maar aan de filmmakers. Als ze er komt, de première van ‘Kursen’, dan ben ik er graag bij om met dubbel zo veel blabla mijn mening verkondigen. En ik ga niet naar huis voor het licht wordt.

waterkoker

‘De meest trieste verwarring is die tussen negativiteit en het toelaten van negatieve emoties.’ zeg ik. Sinds ik losse thee drink, maak ik de yogi-quotes, die anders op het papiertje bij het theezakje staan, zelf.
Pieter knikt.


Zondag brunchten we voor zijn verjaardag, op een dag die niet zijn verjaardag was. Als Alice door Wonderland wandelt, belandt ze ook op een onverjaardagsfeestje, een feest waarop de dieren vieren dat ze net niet jarig zijn.
‘Drugs’ verklaarde iemand rond onze tafel. Ik ben er niet zo zeker van.

Als Alice huilt omdat ze te groot is voor de wereld, redt ze zichzelf door weg te zwemmen in haar tranenzee. Als de Hartenkoningin haar ongekatalyseerde woede afreageert op haar onderdanen, en zo uiteindelijk ook Alice veroordeelt, stort het hele verhaal in.

De meest trieste verwarring is die tussen de Hartenkoningin en Alice, denk ik. Er zijn geen drugs voor nodig om dat te denken, hoogstens een gesprek bij de waterkoker.

mentale reflux

Ik gooi mijn afval in de wasmand. Dat is geen metafoor, maar het resultaat van een drie kwartier durend online sollicitatiegesprek.

‘Decompressie’, zegt Pieter.

‘Opstoot van mentale reflux’ antwoord ik.

Ooit las ik eens dat bacteriën in onze darmen ons mentaal welzijn mee bepalen. De grijsroze flubbers die we onze hersenen noemen lijken wel wat op gecomprimeerde darmen. Als je ze niet genoeg water geeft geraakt het denken geconstipeerd. Als je ze genadeloos onder druk zet, tja, dan gooien ze je afval in de wasmand.